Het opiniestuk pleit krachtig voor een onmiddellijke stopzetting van het gebruik van AI-scanners in het onderwijs. De technologie, die vaak wordt ingezet voor het detecteren van fraude en plagiaat, wordt gezien als een fundamentele inbreuk op de pedagogische en ethische waarden van het onderwijs.
Een centraal bezwaar is de structurele schending van de privacy van leerlingen. Systemen voor bijvoorbeeld online proctoring worden bekritiseerd vanwege het disproportionele toezicht en de uitgebreide dataverzameling, wat een beklemmend gevoel van surveillance creëert. Daarnaast staat de betrouwbaarheid van deze kunstmatige intelligentie ter discussie. De scanners produceren regelmatig valse positieven, wat resulteert in onterechte beschuldigingen van fraude en grote stress bij de leerling.
Volgens de auteur ondermijnt de invoering van AI-scanners de cruciale vertrouwensrelatie tussen de onderwijsgevende en de leerling, door wantrouwen als uitgangspunt te nemen. Dit heeft een negatieve invloed op de motivatie en het leerproces. In plaats van technologische controle, pleit het stuk voor een terugkeer naar de menselijke beoordeling en pedagogische oplossingen. De focus moet verschuiven naar het aanleren van integriteit en het bevorderen van autonomie, in plaats van het bestrijden van fraude met surveillance-middelen die niet passen bij de educatieve missie.
